Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbij. Laten ze ons dan maar onder de Engelsche kust opwachten."

De reeder knikte nadenkend. Het was duidelijk, dat het aanstaande vertrek en de bestemming van de „Holland" al meer bekend waren, dan gewenscht kon worden geacht. Spionnen schenen het een en ander van de geheime plannen te hebben vernomen en het eenige wat er nu overbleef, was te doen wat de kapitein voorstelde.

Het toezicht op de boot werd zoo lang toevertrouwd aan een opzichter van de scheepswerf, die juist aankwam om zoo noodig de bemanning en het machinekamerpersoneel in te lichten over bijzonderheden van de inrichting der boot en reeder, kapitein, stuurman en machinist lieten zich met een der veerbooten over de Maas zetten om zich te begeven naar het kantoor van den waterschout, waar te tien uur de monstering zou plaats hebben. En ook de politiemannen, aan wie de kapitein niets van het ontvreemde telegram gezegd had, gingen heen, overtuigd, dat het hier meer baldadigheid dan een echte inbraak met de bedoeling om te stelen, gold.

Tegen tien uur kwamen bij het kantoor van den waterschout de tweede machinist, de twee matrozen en een stoker aanslenteren.

„Daar heb je den tweeden machinist," zeide meester Monté tot den kapitein, terwijl hij wees op een langen, stevigen kerel.

„Mooi zoo," antwoordde de kapitein. „En wie zijn de matrozen?" |

„Dat zijn wij," zeiden twee gespierde jonge kerels.

„En de stokers?" ;

„Ik ben er een van," zeide een breed geschouderd

32 -

Sluiten