Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 36 -

wel twintig jaar geleden, een veertien dagen gelegen, maar de stad, dat heb ik al dikwijls gehoord, is heel wat veranderd en uitgebouwd. En vooral in dezen oorlog is ze vooruit gegaan. Maar ze mag zoo mooi zijn als ze wil, ik ben toch blij, dat het niet later in het jaar is, anders zouden we lekker kou kunnen lijden. En al is het nu nog betrekkelijk vroeg in het jaar, we zullen dit dingetje (hij wees op het toestel voor stoom verwarming in de kajuit,) nog wel eens noodig hebben en ook hebben we nog al een goede kans op slecht weer. Het is nu 15 September en zoo in het begin van October kan het in de IJszee en de Witte Zee al aardig te keer gaan."

„Nou, daarvoor behoef je niet zoo ver van huis te wezen," zeide de tweede machinist, een kerel met een opgewekt lachend gezicht, die door allen nu al Sjeffie werd genoemd, al wist niemand eigenlijk waarom. De stuurman was er mede begonnen en dadelijk hadden de anderen dit voorbeeld gevolgd.

„In de Noordzee is het ook niet alles in het najaar," beweerde Sjeffie. „Die kan ook heel raar doen".

„Ken je nou beroerder zee dan de Noordzee?" vroeg de stuurman. „Ik heb op heel wat zeeën gevaren, maar zoo'n zee heb ik nog nooit gezien. Zóó is-'t-ie rustig, en stil als een lammetje en even daarna gaat-ie te keer, dat je niet weet waar je blijft. Ja, die Noordzee heeft al wat menschenlevens gekost."

Een oogenblik was het stil in de kajuit.

„Wat hoor ik toch?" vroeg eensklaps de eerste machinist. „Het is net of ik een vreemd geruisch hoor."

Allen luisterden. Ja, er was iets als geruisch. Sjeffie ging den trap op om eens op dek te kijken,

Sluiten