Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 40 —

Frits met zijn koffer en dien van den kapitein. De reeder, die alle scheepspapieren reeds aan boord had gebracht, besprak nog even het een en ander met kapitein Boersma. Toen was het oogenblik van vertrek gekomen. De reeder stapte aan wal, de kabels werden los gegooid, drie stooten werden op de stoomfluit gegeven en toen begon de schroef achter langzaam door het water te slaan.

De „Holland" maakte zich los van den wal. Een der matrozen, Gerrit, heesch aan den achtersteven de vlag en plotseling ontrolden zich in de zonnige lucht de rood-wit-en-blauwe banen.

De stuurman stond aan het stuurrad en wendde den steven van de „Holland" westelijk. Eenmaal op de breede rivier gaf hij aan de machinekamer bevel „volle kracht" en daar voer het kleine bootje snel door het water; ving het aan de lange, lange reis met haar bekende en onbekende gevaren.

De beide Maasoevers gleden voorbij; de groote havens, anders zoo woelig en lawaaiig, waar de oorlog meerder rust bracht. En verderop waren in de nazomerzon de verschieten van masten en schepen, terwijl in het oosten, de groote koopstad aan de Maas langzaam vervaagde.

Behalve Vincent Nadorst waren de matrozen en stokers aan boord oude kameraden, jongens uit dezelfde streek, uit Maassluis en Vlaardingen, die gezworven hadden over heel de wereld; die op groote schepen onder de tropische zon voeren en dan weer met een logger of bom uittrokken ter haringvangst; jonge kerels, met in hun hart den zin voor het avontuurlijke. Maar ook zulke stoere zeelui blij ven, als het schip zich los maakt van den vaderlandschen bodem,

Sluiten