Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frits had vanaf twaalf uur niets gegeten, maar al was hij nu niet bepaald zeeziek, geheel in orde was zijn maag toch niet en dus legde hij zich spoedig te slapen op de bank aan stuurboordszijde van de kajuit. In twee dekens gerold, sliep hij, met zijn hoofd op een kussen, spoedig in, moe en slaperig als hij was door de zeelucht en de steeds schommelende beweging van het schip. Zoo vast sliep hij, dat hij eerst niet wist, waar hij was, toen zijn oom hem den volgenden morgen half zeven eindelijk met veel moeite had wakker gekregen.

„Opstaan, jongen," zeide zijn oom. „Vandaag zullen we je het sturen leeren en nu moet je mede naar de brug."

Meester Monté, die zich stond te kleeden, lachte eens om het verbaasde gezicht van Frits.

Frits schoot zijn broek aan.

„Waar moet ik me wasschen, oom?" vroeg hij.

„Wel, bij den watertank op het achterdek. Het is wel niet zoo gemakkelijk als in je slaapkamer thuis, maar het is er veel frisscher. Neem een handdoek mede en hier heb je een stuk zeep."

Frits klom naar boven en toen hij op het dek kwam, bibberde hij van de koude, maar hij zette er zich doorheen en na enkele minuten kwam hij weer beneden.

In dien tusschentijd had de matroos-kok havermout gebracht en een kop koffie en Frits, die nu toch een stevigen honger voelde, viel er als een razende op aan en hij lette er niet op, dat het servies meer stevig dan sierlijk was en dat de tafel niet was gedekt met fijn linnen.

Half gekleed, slechts met zijn jasje over zijn overhemd, had Frits ontbeten. Toen wilde hij zich verder

- 45

Sluiten