Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 58 -

Dat was de kust, dat waren de bergen van Noorwegen ; daar ergens zou men rust en veiligheid moeten vinden. Nog enkele uren en alle leed zou geleden zijn.

De „Holland" stoomde in de richting van het Skagerrak en langzamerhand verminderden de zeeën, al blies de wind nog fel.

Uit de machinekamer kwam het bericht, dat er nog wel water stond, maar dat men het toch in bedwang kon houden, zoodat het niet meer steeg.

Allen wisten het nu, al sprak niemand het uit: ze waren gered. Maar eerst volkomen veilig toch zouden ze zich voelen, als ze een haven binnen zouden zijn geloopen.

Er deed zich echter een nieuwe moeilijkheid voor: daar er nimmer op gerekend was, dat de „Holland" aan de zuidkust van Noorwegen zou komen, waren daarvan geen uitgebreide kaarten aan boord en de Noorsche kust met haar hooge bergen en vele riffen is zeer gevaarlijk.

De kapitein en de stuurman stonden op de brug en zochten met kijkers de kust en het vaarwater af.

Dichter bij de kust gekomen, werden bakens en vuurtorens waargenomen, die op de voorhanden kaarten niet waren aangegeven.

Kapitein Boersma besloot de naastbij zijnde haven aan te doen, waar dan ook de kolen- en zoet-watervoorraad zou kunnen worden aangevuld. Deze haven was Mandal, het zuidelijkste stadje van Noorwegen.

Het ligt twintig a vijf-en-twintig Engelsche mijl oostelijk van Kaap Lindesnes, de zuidelijkste punt van Noorwegen en deze kaap was gemakkelijk genoeg te vinden. Op de ver in zee vooruitstekende kaap staat een groote vuurtoren, die vele mijlen ver te zien is,

Sluiten