Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 65 -

verkoos tenslotte toch een bed boven de bank in de kajuit als ligplaats voor den nacht.

Het was al donker toen ze den wal op gingen en heel duister in het stadje, waar slechts een enkele lantaarn brandde. Na eenig zoeken vonden ze het hotel, dat de Nederlandsche consulaire agent den kapitein had aangeraden.

Grand Hotel heette het en het was zoowaar van steen, terwijl bijna alle huizen in Mandal van hout waren.

Eerst had Frits nog een vreemd gevoel in de beenen, doordat hij nu weder op een bodem liep, die stil lag en niet, zooals het dek van het schip de laatste dagen, zich telkens bewoog, maar spoedig was hij dat vreemde gevoel kwijt en toen hij eenmaal in het hotel aan een groote gedekte tafel zat, waar nog vele andere gasten aten, was hij reeds weder geheel op zijn gemak.

Frits vond het eigenlijk wel heel prettig weer eens aan een tafel te zitten, waarover een schoon wit laken lag en alles er zoo gezellig uitzag.

Het was het avondmaal, dat op tafel stond, en een maal, dat er wezen mocht. De meeste gerechten kende Frits niet. Er waren tallooze soorten visch, vleesch en kaas, waaronder bruine kaas, die het meest geleek op een chocoladepudding. Brood was er in overvloed, evenals melk, die er uit een soort wijnglazen gedronken werd.

Geen kelners, maar jonge meisjes bedienden, zooals men dat heel dikwijls in Noorwegen aantreft.

Frits en zijn oom praatten honderd uit aan tafel en vonden het een leuk denkbeeld, dat ze hardop konden zeggen, wat ze wilden, daar toch niemand er Nederlandsch verstond.

DE SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND.

5

Sluiten