Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 7i —

Zoo moest men weer voor anker, terwijl in de machinekamer de beide machinisten druk aan den arbeid gingen.

Meester Monté was hevig ontstemd en pruttelde telkens onder zijn werk: „Is dat nu een ongeluk, of is hier wat anders in het spel?"

In den middag kon de rei6'worden voortgezet.

Het was nog slechts een korte tocht naar Skudesnes, dan zou de reis gedurende een grooten afstand binnen de fjorden kunnen worden voortgezet, veilig voor stormen en ook voor onderzeeërs en torpedobooten. Doch op dien korten afstand zou men goed hebben uit te zien om, als van oorlogsbodems gevaar dreigde, dit te ontloopen, door een ander, minder gevaar: kort onder de Noorsche kust houden, daar vreemde oorlogsschepen daar niet mogen optreden.

Frits stond naast zijn oom op de brug en keek mede uit naar mogehjke vijanden. Aan stuurboord was steeds de kust van Noorwegen, een kust, zoo wild, fantastisch en grillig van vorm als geen andere ter wereld.

De deining was aanvankelijk vrij gering, doch nam later toe.

Reeds neigde de zon naar de kim, werd haar licht geler, werden de schaduwen langer, toen Frits in het zuiden een rookwolkje meende te zien. Hij wendde zich tot zijn oom, maar deze had het ook reeds opgemerkt en tuurde in de richting van de donkere vlek aan den horizont. Na enkele minuten waren duidelijk drie rooksherten achter elkander waar te nemen en spoedig bleken die afkomstig van drie achter elkander varende torpedobooten.

„Meer op de kust aanhouden!" commandeerde kapitein Boersma den roerganger.

Sluiten