Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 73 —

Maar hier kon de weg niet zonder behulp van een loods worden voortgezet en dus werd het teeken gegeven om te verzoeken om- zoo'n watergids.

Hel vlamde van het dek van de „Holland" het licht van een flambouw en na geruimen tijd wachtens doemden in het duister het roode en groene licht van een motorbootje op, van welks dek ook nu en dan een flambouw oplaaide, en kort daarna stond de loods naast kapitein Boersma op de brug; de loods, die de „Holland" voeren zou door het doolhof van fjorden, tusschen hooge, steenige rotsen en langs stille, vergeten dorpjes in het woeste bergland.

Zwart was de kust, die men naderde. De golven verminderden, rustiger werd de vaart, maar toen de „Holland" eenmaal was tusschen de bergen, gaven die machtige, donkere gevaarten een gevoel van beklemdheid na de oneindige wijdte der vrije zee, vonden allen aan boord. Doch de morgen kwam en van de hooge toppen vloeide het licht neer en toen week die beklemming. Frits stond op het dek en zag de heerlijke schoonheid van zoo'n zonsopgang in de fjorden stil aan.

Het was nu de loods op de brug, die de richting aangaf. Hij immers kende den weg in dit moeilijk vaarwater.

's Morgens kwam de eerste machinist een oogenblik op het dek en wenkte den kapitein apart. Tusschen de beide mannen ontspon zich een lang, ernstig gesprek, dat niet van de aangenaamste was, zooals Frits op een afstandje zien kon aan het gelaat van zijn oom ,dat steeds meer betrok.

Er was weer iets gaande. Dreigde er gevaar? Maar ze waren nu toch binnen de fjorden, waar geen onder-

Sluiten