Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 77 —

van de hoogste ongeveer 650 M., de laagste nog ruim 200 M. hoog is.

Toen de „Holland" meerde aan een boei in de haven, zeide een der matroze» lachend: „Die stad Bergen ziet er wel aardig uit, maar ze heeft een vies luchtje bij zich."

Frits moest om deze opmerking lachen, want ze was volkomen juist. Het rook namelijk heel erg naar visch, waarvan Bergen heel veel uitvoert en de stank was in de heele stad goed merkbaar, zooals Frits waarnam, toen hij met zijn oom aan wal ging-

Daar de loods, die hen tot Bergen gebracht had, aan wal ging en geen lust had verder de reis mede te maken, moest kapitein Boersma een nieutven loods gaan zoeken, die hem tot de Noordkaap zou brengen en Frits mocht mede op zoek.

De stad, die op een afstand zoo schilderachtig was, viel dichtbij niet mede. De straten waren vuil en overal was er die onaangename vischlucht.

„Ja, jongen," zeide zijn oom, „dat is hier een stad van een tachtigduizend inwoners, maar ik vind, dat onze Nederlandsche steden van ongeveer die grootte er niet bij achter behoeven te staan. De meeste Nederlanders zitten altijd op hun eigen land af te geven en vinden alles in het buitenland beter dan bij ons, maar ik zeg altijd, dat ons landje er ook mag wezen. Zie je, die Hollanders, die altijd zoo op dat buitenland zitten te snoeven, hebben er eigenlijk nooit iets van gezien. Ze zijn dan misschien, wel eens hier of daar geweest, maar altijd voor hun plezier en ze hebben dan alles alleen van den mooisten kant bekeken en vergeten daarom wat er voor goeds is bij ons."

Sluiten