Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 97 —

rust hadden, moesten ze zelf iets doen om feestelijkheid te geven aan den Zondag. Toen kwam er een op het denkbeeld om krentenbrood te bakken. Het brood, dat nog aan boord was, werd oud en een stuk versch krentenbrood zou wel smaken.

De matrozen spraken er eens met den kapitein over en die had geen bezwaren, integendeel. Het denkbeeld was uitstekend, maar niemand op het schip had een voUedig begrip hoe krentenbrood moest worden gegimaakt.

„De hoofdzaak is het deeg. Als we het deeg goed maken komt het krentenbrood vanzelf goed, want het bakken zelf is niets," meende de stuurman.

Dat leek een wijs woord, maar veel licht bracht het toch niet in het moeilijke vraagstuk.

De ingrediënten waren aan boord: meel, melk, gist, krenten, rozijnen en ook was er een broodvorm, maar de vraag bleef, hoe met behulp van al deze dingen een krentenbrood te fabriceeren, dat eetbaar was.

Sjeffie, de tweede machinist, scheen inzake het bakken van krentenbrood het meest deskundig en ook de kapitein ,die in zijn lange zeemansloopbaan wel meer het bakken van brood aan boord van nabij had medegemaakt, bemoeide zich met het geval en stoker Jan, wiens tante met brood vent, diende van raad.

Na langdurige beraadslaging werd een plan van werkzaamheden opgemaakt en daarna ging men over tot den arbeid. Het deeg werd gemaakt op het achterdek en alle opvarenden stonden er om heen en keken met ongehuichelde belangstelling naar het werk.

Meel werd gemengd, krenten en rozijnen werden

DE SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND. 7

Sluiten