Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 101 —

meer, daar de beide machinisten streng toezicht hielden.

Maar Frits had zoo'n voorgevoel, dat er misschien gedurende de verdere reis nog wel een gelegenheid zou komen om den schuldige te ontmaskeren.

HOOFDSTUK X.

De onderzeesche rots. — Nog goed afgeloopen. — De loods bewusteloos. — Een raadselachtig geval. — Voor anker. — Nieuwe achterdocht. — Een dak als weide. — De laatste aanlegplaats. — Aankomst te Tromsö.

Kapitein Boersma wilde dien nacht doorvaren om nog den volgenden morgen, zoo het mogelijk was, Tromsö te bereiken en laat in den avond voer de „Holland" de Tjall-Sund in, tusschen de eilanden Hindö en Tjallo door.

Bij den ingang waren aan bakboord de lichten te zien van een stadje of een dorp. Dat was het plaatsje Lodingen, een station voor de postbooten.

Het vaarwater vernauwde zich aanmerkelijk. Aan weerszijden verhieven zich de eenzame rotsen waarlangs de „Holland" soms beangstigend dicht voer.

Het weder was fraai, al was het scherp koud zoo hoog in het noorden. De maan scheen helder en wierp haar zilveren licht over bergen en water. Tallooze vuurbakens wezen den ouden loods den weg door het doolhof tusschen de rotswanden.

Kapitein Boersma was op de brug, al liet hij nu feitelijk de leiding geheel over aan den loods, die den roerganger slechts nu en dan met enkele woorden een verandering in koers aangaf.

Sluiten