Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 102 —

Frits stond bij zijn oom, zwijgend, geheel onder den indruk van dit sprookjesland en niemand dacht aan eenig gevaar.

Toen plotseling gebeurde het: de „Holland", die volle kracht liep, stootte eensklaps hevig, helde sterk over naar bakboord, als zou ze omslaan, maar richtte zich toen weder op. En tegelijk stortte de loods, die op een bank bij het stuurrad gezeten was, neder en bleef hggen.

Een hevige ontzetting greep allen aan.

De boot had gestooten op een rots, dat was zeker, maar hoe kon dat? Wist dan de loods, die nu bewusteloos lag, den weg niet meer?

„Stoppen," beval kapitein Boersma.

Beneden in de machinekamer rinkelde de bel, die den machinist waarschuwde en het stampen der machine hield op.

De stuurman en de tweede machinist, die beneden waren, kwamen naar boven stormen.

„We hebben gestooten," riep de kapitein. „Onderzoek eens of er ëen lek is."

Frits had intusschen een lucifer afgestreken en boog zich over den loods, die stil daar neer lag, terwijl uit zijn achterhoofd eenig bloed vloeide.

„Ga water halen," beval kapitein Boersma zijn neef en toen deze naar het achterdek ging, stonden daar de andere opvarenden en het viel Frits op, hoe Nadorst, die geen wacht had en dus, als naar gewoonte, ter kooi had moeten zijn, geheel gekleed was en zijn zwemvest om had. En toch was er nog geen minuut verloopen, sedert de „Holland" stootte.

Maar op dit oogenbhk lette Frits daar niet verder op en spoedig was hij met water op de brug terug,

Sluiten