Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De anderen ondersteunden hem en richtten hem half op en de kapitein vertelde, dat de boot gestooten had.

De man bleek er zich niets van te herinneren. Hij klaagde over zware hoofdpijn en zeide onwel geworden te zijn na het gebruik van een kopje thee,'dat hij een half uurtje van te voren gedronken had.

Meer was er uit hem niet te krijgen en dadelijk shep hij weer in. Men besloot hem dan maar eenige uren te laten slapen.

„Ik begrijp er niets van," zeide de kapitein. „De man schijnt zich niets van het gebeurde te herinneren. Zou hij misschien al buiten kennis geweest zijn toen we op den steen hepen? Dat zou verklaren, waarom hij verzuimde den roerganger de noodige aanwijzingen te geven."

Het was een raadselachtig geval.

Intusschen had zich het schip uitstekend gehouden. Het was, niettegenstaande den hevigen schok, niet lek ,wat te danken was aan het feit, dat het met zijn sterken dubbelen bodem tegen een stootje kon! Voor een ijsbreker was dit trouwens wel noodzakelijk.

„Het blijft echter een koopje," mopperde de kapitein; „dit beteekent al wéder vele uren verhes. Als de man nu tenminste morgenochtend zijn dienst maar kan doen, dan zijn we morgenavond toch nog in Tromsö, want zonder den loods kunnen we in dit gevaarlijke water geen mijl verder of we loopen kans naar den kelder te gaan."

Frits zeide niet veel. Hij had de overtuiging, dat hier weder een vreemde hand in het spel was geweest.

De loods was blijkbaar al bewusteloos geweest toen hij viel en die bewusteloosheid was over hem gekomen korten tijd, nadat hij een kopje thee had gedronken.

104 -

Sluiten