Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 121 —

zaakt wordt door de uitsluitende voeding met vette visch.

Van zijn tochten ook vertelde de pastor; van zijn tochten naar eenzame woningen aan de groote, machtige fjorden in een klein zeilscheepje of een motorbootje om troost te brengen aan stervenden; en naar kleine gehuchtjes aan den voet van enorme berggevaarten ter inzegening van een huwelijk of ter doop van nieuwgeborenen.

Maar toen de pastor zoo een tijd verteld had, moesten de twee bezoekers vertellen van het vaderland en hoe het daar ging en toen luisterde de pastor met een bhk van weemoed en tevens van diepe vreugde.

Het was een heerlijke, gezellige avond en Frits en zijn oom waren er nog niet over uitgepraat, toen zij weer aan boord stapten.

Voordat hij de kajuit binnen ging, bleef Frits even op het dek staan om eens rond te kijken in den klaren maannacht.

Aan de eene zijde was de stad met zijn lichtjes, waren de kaden, waar nu nog gewerkt werd aan sommige schepen; dan was er het breede water van de sund, waarin de maan zich spiegelde en daar aan de andere zijde, op het vasteland, verhief zich de Tromsdalstind meer dan twaalfhonderd meter hoog met zijn in het maanlicht zilverblanken besneeuwden top.

Mooi was het hier, maar toch kon Frits wel begrijpen, dat de pastor dikwijls terug verlangde naar zijn eigen vaderland, waar niet die eenzaamheid en verlatenheid heerschen, waar de menschen dichter bijeen wonen en alles vriendelijker en teerder is, al is het er niet zoo grootsch.

Den volgenden namiddag zou de „Holland" de reis

Sluiten