Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortzetten. Er was reeds water geladen en steenkolen. Den volgenden morgen zou nog versch brood worden gebracht en groenten en vleesch. En dan zou het laatste traject worden begonnen.

Binnen een week zou de groote tocht volbracht zijn. -

Den volgenden morgen ging Frits nog even met zijn oom aan wal naar den Nederlandschen consul. Enkele leden der bemanning, die nog sigaren en andere dingen wilden inslaan, kregen vergunning voor enkele uren het schip te verlaten. Om twaalf uur moesten allen weer aan boord zijn.

Ook de stoker Vincent Nadorst ging aan wal met den matroos Gerrit en den stoker Jan.

Frits letté op Nadorst, maar deze bleef met zijn gezellen achter, heel langzaam loopend en spoedig had Frits het groepje uit het oog verloren.

Wat kon Nadorst trouwens voor kwaad uitvoeren nu hij aan wal was ?

Toen de kapitein zijn besprekingen bij den consul had beëindigd en oom en neef nog even door de stad drentelden, zagen zij plotseling bij de groote, houten kerk een oploop.

Er bleek in de kerk een huwelijk te worden voltrokken en Frits en zijn oom bleven een oogenblik staan wachten om het bruidspaar en den stoet te zien, toen Frits tusschen het publiek den matroos Gerrit en den stoker Jan opmerkte. Nadorst was er echter niet meer bij.

Dit vond Frits bevreemdend en hij wees er zijn oom op.

Wat kon dat nu weer beteekenen?

Als toevallig liepen kapitein Boersma en Frits in

122

Sluiten