Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— I2Ó —

De loods stond weder op de brug en voerde het kleine vaartuig door deze wonderlijke wereld.

Een enkelen keer was men in open zee, maar dan voer men weder tusschen de hooge bergen van woeste eilanden.

De richting was thans noordoostelijk. Men naderde nu het noordelijkste punt van Europa's vasteland.

In den morgen van den 3oen September voer de „Holland" door den Magerösund, tusschen het vasteland en het eiland Magerö.

Opmerkelijk was het groote getal vogels, dat in deze eenzaamheid tenminste eenig leven bracht. Bij tienduizenden zaten meeuwen van allerlei soort op sommige rotsen en nu en dan zwermden ze in groote massa's om de „Holland" heen. '

Te Honningsvaag, op het eiland Magerö, zou de loods het schip verlaten.

Gillend waarschuwde de sirene de menschen aan den wal. De „Holland" stopte en een roeibootje, dat belachelijk klein leek in die grootsche natuur, kwam den loods afhalen.

De beste wenschen werden gewisseld en toen roeide _ de man, die de kleine „Holland" tusschen de hooge Noorweegsche bergen geleid had, terug naar den wal.

„Volle kracht vooruit!" commandeerde kapitein Boersma en de machine dreef de „Holland" weder verder naar de Noordelijke IJszee.

Nog een dag of vier en de lange tocht zou zijn volbracht.

Maar nu weer open zee gekozen moest worden, dreigden weer meer gevaren.

Er waren al eens een enkelen keer zoo hoog in het noorden Duitsche duikbooten gezien en dan zou de

Sluiten