Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 128 —

noodlot te rusten. Nauwelijks was het schip weer buiten de bescherming der rotsen of de zee werd grimmig en de wind wakkerde aan.

Nog geen dag goed weer hadden ze op zee gehad en ongezellig was het aan boord bij rauw weer. Recht tegen de wilde baren ging het in en er kwam veel water over, wat voor een goed deel was te wijten aan den eigenaardigen bouw van de „Holland", die ook als ijsbreker dienst moest kunnen doen. De kop van het schip lag nauwehjks in het water en daardoor sloegen de recht er op in loopende zeeën gemakkelijk over het dek.

Daarbij kwam, dat het schip op verscheidene plaatsen van boven lek was, zoodat er bij hooge zeeën geen droog plaatsje aan boord overbleef.

De Noordelijke IJszee was geheel verlaten. Geen schip was er te zien. 's Nachts kwam de wind nog meer opzetten, maar gevaar was er toch niet.

Het lastigste was tenslotte, dat het kompas zoo slecht werkte. Steeds had het goed dienst gedaan en nu toonde het ineens zulk een vreemde afwijking.

Den volgenden dag klom de stuurman eens boven op het stuurhuis en daar ontdekte hij plotseling de oorzaak van die onbegrijpelijke afwijking.

Op het dak van het stuurhuis, juist boven de plaats, waar het kompas hing, lag een stuk staaldraad, dat de sterke afwijking veroorzaakte.

Natuurlijk nam hij het weg en hij het het den kapitein zien en deze was hevig verbaasd en verstoord.

Hoe kon dat stuk staaldraad daar nu weer komen, juist bij de plaats van het kompas?

Niemand had iets boven op het stuurhuis te maken gehad en het was dan ook bijna niet aan te nemen, dat

Sluiten