Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 129 —

men bier met toeval te doen had. Dezelfde hand moest in het spel zijn geweest, die reeds eerder ongelukken had trachten te veroorzaken. Gelukkig was echter ook nu de toeleg mislukt en wel doordat reeds kort na het afzetten van den loods de afwijking van het kompas was ontdekt. Maar wie weet, waartoe de schuldige nog in staat was.

En die schuldige moest de stoker Nadorst zijn, daarvan was de kapitein overtuigd en dit geloofden ook meester Monté en Frits, toen kapitein Boersma hun alles verteld had.

Maar bewijzen waren er tegen den man niet en zonder zijn hulp als stoker kon men niet, dus was de kapitein wel gedwongen het te laten bij wat reeds eerder gedaan was: den kerel zoo goed mogehjk in het oog houden.

Intusschen verbaasde de kapitein zich, dat zij nog steeds geen schepen ontmoetten en de zee zoo verlaten bleef.

„Ik vermoed, dat de schepen, die geregeld op Archangel varen, weten, wanneer ze hier moeten zijn om tegelijk met een heel transport, onder geleide van oorlogsbodems op te stoomen," meende de stuurman en dit leek wel de waarschijnlijkste verklaring.

Maar vreemd was het toch ook, dat men geen oorlogsschip of politie-vaartuig ontmoette.

Zondagsmorgens, 3 October, evenwel, terwijl de „Holland" betrekkelijk dicht onder de kust stoomde, verscheen er opeens, als uit de bergen te voorschijn getooverd, een stoomboot^ die recht op de „Holland1' koers zette.

„Dat is om ons te doen," zeide kapitein Boersma en hij het vaart minderen.

DB SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND.

9

Sluiten