Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 134 —

leidsman dienen. De „Holland" zou dan 's nachts door kunnen varen en reeds den volgenden morgen het doel der reis hebben bereikt.

De vriendschappelijkheid van den Engelschman gaf groote blijdschap. Nu, onder zoo goed geleide, zou de „Holland" verdere aanhoudingen vermijden en snel en veilig komen, waar ze wezen moest.

Er werd vaart vermeerderd om den treiler bij te houden en zoo sneed de „Holland" sneller nu dan anders door de toch wel erg woelige zee.

Het werd een heerlijke tocht, die echter slechts kort duurde. In den namiddag werd op de kust een groote stoomboot waargenomen, die gestrand was. Een stoomtreiler bevond zich in de nabijheid, blijkbaar met het doel te trachten het gestrande vaartuig af te brengen.

De stoomtreiler, die de „Holland" als gids diende, wendde den steven eveneens naar het gestrande schip, waarop de bemanning zich nog bevond, maar gaf aan de „Holland" order om door te stoomen.

„De zeeën zijn te hoog voor een klein vaartuig als het uwe om u dicht onder de kust te wagen," riep de Engelsche zee-officier en zoo kon kapitein Boersma al niet anders doen dan door laten stoomen.

De „Holland" was nu haar gids kwijt en moest de reis weder alleen voortzetten. Zonder den geleider zou men nu ook weder verplicht zijn 's nachts voor anker te gaan.

Het was wel een groote teleurstehing, maar allen aan boord troostten zich weder: den volgenden avond zou dan toch het doel bereikt zijn*

Even nadat de treiler hen verlaten had, zagen de mannen van de „Holland" weder een schip op het

Sluiten