Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 135 —

strand en later nog twee, allen veel grooter dan hun vaartuig.

Blijkbaar was dit alles pas gebeurd in den afgeloopen nacht, toen de uitloopers der rollers tot in de Turnobaai doordrongen. De mannen van de „Holland" keken elkander eens aan en zeiden met eenigen trots: zulke groote schepen liggen daar nu en ons kleine vaartuig stoomt nog frank en vrij."

Er was daar in die noordelijke zee nog een andere reden van trots voor de Hollanders, al dachten de meesten aan boord van de „Holland" er niet aan. Kapitein Boersma herinnerde het echter zijn neef.

„We zijn nu dicht onder de kust van Lapland", zeide de kapitein tot Frits, „dezelfde kust, waar in September 1597 Heemskerk en de zijnen aankwamen na hun overwintering op Nova-Zembla. Ja, er zijn hier veel herinneringen aan Nederlandsche zeelui. De eerste bruikbare zeekaarten, die van deze streken uitkwamen, waren ook al van onze voorouders."

Maar, terwijl kapitein - Boersma met zijn neef praatte, keek hij toch nu en dan eens bezorgd naar de lucht en af en toe hep hij ook eens even naar den barometer.

Er waren weder ongunstige voorteekenen. De barometer daalde en grauwe wolken kwamen opzetten.

Neen, geluk had de „Holland" niet, maar misschien zou het nog wel mede vallen.

Achter een dor, rotsig eiland ging de „Holland" tegen den avond Voor anker.

Het lag op 66° 29' N. B. en was het Sossnovetzeiland, meer bekend als Gross- of Kruiseiland. Dezen naam kreeg het van den Engelschen zeevaarder Stephan Burrough, die er, toen hij in 1557 in de

Sluiten