Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 140 —

De kaart werd bestudeerd en men besloot te trachten tot voorbij Kaap Intsy te komen, in de hoop daar voor anker te kunnen gaan en dan eenigszins beschut te zijn voor den heerschenden storm uit het zuidzuid-westen.

Om Kaap Intsy vóór het vallen van den avond te kunnen bereiken, werd daarop weder volle kracht gestoomd.

Het was de tweede keer, dat de „Holland" voor zee en wind moest vluchten, maar nu, zoo dicht bij het doel en.met dreigend kolen- en watergebrek, was het erger dan den eersten keer in de Noordzee.

Zoo joeg het kleine vaartuig voort. De vraag bleef of het inderdaad achter Kaap Intsy eenigszins beschut zou zijn en of er goede ankergrond te vinden zou wezen. Het was een vraag op leven of dood, daar, als geen veilige ankerplaats werd gevonden, de „Holland" zeer waarschijnlijk zou worden gedreven naar het mijnenveld.

Het was een hoogst gevaarlijke toestand, waarin het kleine vaartuig verkeerde en kapitein Boersma was zich hiervan volkomen bewust, maar wat kon hij doen?

Tegen de overmacht van den storm en de wilde zee was hij machteloos. Hij kon alleen nog hopen, dat hij werkelijk een veilige plek zou vinden voor den nacht.

Het was het noodlot, dat regeerde over het kleine, dappere scheepje.

Maar zelfs als het veilig zou zijn dien nacht zou de storm niet lang kunnen duren, of de mannen aan boord zouden zonder drinkwater zijn. En mocht de wind naar het westen draaien, dan zou de „Holland" bijna zeker op de kust worden geworpen en verloren zijn.

Sluiten