Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 146 —

het gieren te verminderen, maar er was er geen meer, wel een ankerketting.

Dan moest een hulpanker worden uitgebracht.

Maar wat kon als zoodanig dienst doen?

Besloten werd een staaltros van vele honderden kilo's, die op het achterdek lag, daarvoor te gebruiken.

Toen begon het zware werk, waaraan Frits, doornat al, krachtig medehielp, om den tros van het achterschip naar het voorschip te rollen, terwijl de zeeën over de mannen heen sloegen en het vaartuig telkens dreigde om te slaan.

En ze trokken en duwden, tevens zorgend zich goed vast te houden om niet over boord te slaan.

De uiterste krachten werden ingespannen; het ging immers om aller leven. Elke seconde tijdverhes kon noodlottig worden.

Met enorme inspanning kregen de mannen tenslotte den tros, waar hij wezen moest: op het voorschip, bij den ketting van het anker, dat een der vorige nachten verloren ging.

Nu moest het hulpanker aan den ketting bevestigd worden en Frits zou bij dezen arbeid bijlichten.

Zoo stond hij daar, met de eene hand zich stevig vasthoudend aan een ijzeren stang, met de andere hand de lantaarn omhoog houdende en de golven sloegen met zooveel geweld, dat de pijn hem nu en dan bijna deed schreeuwen. Soms tuimelde hij omver, maar zijn handen heten noch de ijzeren stang, noch de lantaarn los. Zijn reddingboei had hij aan eenige haken van den voorwand van de kajuit vastgesjord om haar in de nabijheid te hebben.

De mannen daar bij hem werkten wat zij konden om het hulpanker geheel gereed te maken.

Sluiten