Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 149 —

Na de mislukte pogingen om een hulpanker uit te brengen, was kapitein Boersma weer op de brug gekomen.

Hij stond zwijgend en machteloos. Er viel niets meer te doen dan den ondergang te wachten.

Daar kwam bericht, dat de reddingsboot met één zijde op het dek was gevallen.

„Tracht haar weder in de davids te hangen," luidde het bevel.

Niemand had veel vertrouwen in de kleine boot, die bovendien door de ligging van het schip aan de loefzijde te water zou moeten worden gebracht, maar toch, men kon niet weten

Vele minuten later kwam er bericht, dat de boot weder in de davids hing, maar dat ze zwaar lek was geslagen en dat na elke zee die over kwam, het water er van onderen met stralen uitliep.

Deze mededeehng maakte nauwehjks indruk meer. Er scheen nu eenmaal tot den ondergang van de „Holland" besloten.

Daar sloeg een zee een stuk van de brug weg. Krakend stortte het hout neder en spoelde weg.

Het vernietigingswerk was begonnen en zou worden voortgezet.

Wat beduidde het kleine scheepje in dien ongelijken strijd ?

Van beneden uit de machinekamer kwam bericht, dat het schip meer water innam en dat de pompen het niet meester konden worden. Het gevaar dreigde dat de vuren zouden worden gedoofd. Dan zou de „Holland geheel een speelbal zijn van wind en weer,

Van de verlaten kust was geen redding te verwachten en in de meedoogenlooze duisternis, in den wilden

Sluiten