Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 153 —

lang. Maar tenslotte gelukte het en daar dreef de „Holland" rond, een klein scheepje met weinig kolen en geen drinkwater, zonder anker in een machtigen orkaan.

Even later stootte het schip weder en heviger nog dan den vorigen keer. Een zware schok werd gevoeld en nog een en nog een. Toen lag het vaartuig stil.

Het kon niet ver van de kust zijn, maar hoever, was niet te zeggen.

Zou men, drijvend op de zwemvesten, aan wal kunnen komen?

Niemand, dié antwoord kon geven op deze vraag. ' Was het nu hoog of laag water? Wat zouden de volgende minuten brengen?

Zeker was ,dat het schip vrij vast lag en de mannen aan boord meenden, dat de kust zeer nabij was.

De kust was hun eenige hoop, want er viel niet meer op te rekenen, het schip te redden.

„Volle kracht vooruit," werd gecommandeerd ten einde het schip te houden in de richting, waarin het lag van de kust.

De zeeën schenen te minderen, al sloegen ze nog steeds over het dek. Het voorschip lag vast maar het achterschip werkte nog. AUen hoopten nu nog slechts, dat het vaartuig sterk genoeg zou blijken om het uit te houden tot beter weer kwam en ze aan wal zouden kunnen gaan.

Het was over elven, toen de „HoUand" vast liepen eenmaal stü liggende, hadden de opvarenden slechts één verlangen: het daghcht. De duisternis belette hun iets te zien van de omgeving.

De golven werkten het schip steeds vaster. Telkens nog hchtten zij het van tijd tot tijd een, weinig

Sluiten