Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— I7i —

wel vreemd uit met hun omgeslagen dekens en hun vuile, ongewasschen gezichten.

De kapitein en Frits wachtten maar weer, nieuwsgierig wat er nu gebeuren zou.

Er verscheen een meisje van een jaar of vijftien, met twee spichtige vlechten, die vielen op een kleurige blouse.

Vol verbazing staarde het de twee vreemdelingen aan.

Frits, die, zoo kort na zijn eindexamen van de hoogere-burgerschool, zijn kennis van vreemde.talen eens wilde luchten, sprak het aan in het Fransch, daarna in het Engelsch. Met Duitsch probeerde hij het maar niet, daar hij vreesde anders voor een Duitscher te worden aangezien en dat was in den oorlogstijd minder gewenscht.

Het meisje verstond blijkbaar geen woord, van hetgeen Frits zeide en na eenige oogenblikken keerde ze zich zonder een woord te hebben geuit, om en liep ook verschrikt weg.

Zoo stonden kapitein Boersma en Frits daar weder alleen, niet wetend wat te beginnen. Ze keken elkander eens half wanhopig aan en moesten tegelijk toch lachen om het vreemde van den toestand.

Tenslotte verscheen een nog jonge man, die de beide vreemdelingen met vriendelijke gebaren uitnoodigde binnen te treden, maar ook hij verstond geen woord van de talen, die Frits en zijn oom spraken.

De jonge Rus bracht de beide Nederlanders in een warm vertrek en boodhun een stoel aan. Dadelijk daarop kwam een andere Rus binnen, een bediende, gekleed in een kleurige blouse met lederen gordel, een wijduitstaande broek en hooge laarzen. Deze Rus bracht

Sluiten