Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 175 —

aardige manier hun gastheer het verhaal van hun ellende hadden gedaan, was er een maaltijd voor hen gereed gemaakt: brood met vischkuit, heerlijke blanke mooten visch in botersaus.

Frits en zijn oom aten als wolven, want al hadden ze dadelijk na hun binnenkomen al brood met vischkuit gegeten, geheel verzadigd waren ze daardoor nog niet geweest.

Na den maaltijd kwam de bediende hun ieder een paar warme sloffen brengen. Kapitein Boersma en Frits trokken hun nog doorweekte schoenen uit en voelden zich rijk en gelukkig in al die weelde.

Na den maaltijd kwamen de beide jonge Russen weer bij hen en deden een overvloed van mededeelingen waarvan de beide Nederlanders natuurlijk geen woord begrepen, daar al die mededeelingen in het Russisch gedaan werden.

Ten slotte meenden Frits en zijn oom toch uit de gebaren der Russen op te maken, dat menschen zouden worden gezonden naar de hut om de andere schipbreukelingen af te halen en de bagage te helpen dragen.

In een der vertrekken was een telefoontoestel en daarop wijzend en den naam noemende van zijn gestrande boot en zeggende „Hollandsk consul Archangelsk", beduidde kapitein Boersma, dat er een bericht van het gebeurde moest worden gezonden aan den Nederlandschen consul te Archangel.

Even later stond een der Russen aan de telefoon en telkens hoorde Frits den naam noemen van de „Holland" en spreken over „Hollandsk consul".

Toen de zaken zoover waren afgedaan, beduidden de Russen hun beiden gasten mede te gaan naar een

Sluiten