Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 195 —

met een stoppel-vlasbaard, die ook al heel lang niets met een scheermes had te maken gehad. Dit was de secretaris, werd aan de Nederlanders duidelijk gemaakt en de heeren, die met veel eerbewijzen en door de gasten uit het dorp met diep ontzag werden ontvangen, waren blijkbaar gekomen om een onderzoek in te stellen naar het gebeurde met de „Holland" en naar de personen van de schipbreukelingen.

Frits werd door zijn oom aan de twee mannen voorgesteld als de secretaris van den gezagvoerder.

Het was een voordeel, dat de Russen ook de woorden „commissaris", „secretaris" en „politie" begrepen.

Kapitein Boersma en Frits waren natuurlijk van meening, dat de commissaris zijn secretaris had medegebracht om als tolk te dienen. Frits vroeg den secretaris of hij Engelsch sprak en toen de man de Engelsche woorden hoorde, begon hij, tot groote verbazing van den kapitein en Frits, plotseling in het Engelsch van één tot twintig te tellen.

Dit waren echter de eenige niet-Russische woorden, die uit den man te krijgen waren.

Kapitein Boersma kwam toen maar weer met zijn scheepspapieren voor den dag, maar ook daaruit konden de twee niets maken.

De gastheer gaf echter nadere inlichtingen, zoover hij dat kon, betreffende de schipbreuk en de personen van de schipbreukelingen.

Toen tenslotte de commissaris en zijn ondergeschikte de in het Russisch gestelde visa van den Russischen consul te Rotterdam vonden, hadden ze eenige houvast. Minutenlang zaten ze de Russische letters te bestudeeren (de Russische letters verschillen geheel

Sluiten