Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 207 —

voedselvoorziening stond en dan een besluit nemen.

Toen Frits en zijn oom, meester Monté en de stuurman zich in dezelfde kamer op hun matrassen hadden uitgestrekt, vroeg de eerste machinist ineens: „Hebben jullie wel opgelet, dat de stoker Nadorst bevreesd schijnt voor den commissaris en dat hij er het minst naar verlangt van hier weg te komen?"

Ja, het was waar.

De groote gebeurtenissen van de laatste dagen en de zorgen, die dezen medebrachten, hadden al het gebeurde op de reis bijna doen vergeten en bijna nie» mand had meer op Nadorst gelet, maar toch hadden allen wel opgemerkt, hoe deze stoker zich de laatste dagen steeds op den achtergrond hield.

„Hij zal bang zijn, dat hij te Archangel door mij ter verantwoording zal worden geroepen voor al wat gebeurd is", meende de kapitein. „Maar dit zal toch niet gaan, want er valt niets te bewijzen".

„Ik heb maar zoo'n idéé, dat die kerel geen Nederlander is en zich met valsche papieren heeft laten aanmonsteren. De weinige woorden, die ik hem Duitsch heb hooren spreken, sprak hij zoo goed uit als weinig Nederlanders. En de uitspraak van zijn Nederlandsch.... nou ja.... dat weten we allemaal, hoe die is", merkte Frits op.

„Dat kan aUes waar zijn, maar dat geeft toch niets", zeide kapitein Boersma. „Nadorst staaf op de monsterrol ingeschreven als Nederlander. Niemand zal hem kunnen bewijzen, dat dit onjuist is en dus zal de Nederlandsche consul te Archangel hem wel een paspoort dienen te geven voor de terugreis. En de Russen hebben dan niet de minste reden hem aan te houden". ., , : ri&^ósifj

Sluiten