Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 209 —

Ze wandelden nog steeds in raadselen.

Natuurlijk kon onder deze omstandigheden van een vertrek van Frits met Gerrit en Jan om te trachten Archangel te voet te bereiken, geen sprake zijn.

De kapitein bereidde zich voor op een langen tocht. Zijn zakken stopte hij vol met scheepsbeschuit.

Afgesproken werd, dat, als er gedurende zijn afwezigheid een schip kwam om de schipbreukelingen af te halen, de anderen allen aan boord zouden gaan en de scheepspapieren mede nemen. Te Archangel zouden dan dadelijk alle pogingen in het werk worden gesteld om ook den kapitein te halen. Toen nam kapitein Boersma afscheid en ging op weg.

Tot groote verbazing van zijn landgenooten was hij binnen twee uur terug.

De Nederlanders hadden natuurlijk weder verkeerd begrepen. De afstand naar het huis, waar kapitein Boersma heen moest, was niet 35 werst, maar 35 minuten loopen.

De kapitein was er in geslaagd vleesch, visch en een soort bessen te koopen. Hij vertelde, dat hij een kalf had gekocht voor twaalf roebel, maar dat hij vier roebel terug kreeg voor de huid.

Frits begon om deze mededeehng te lachen en zette een ongeloovig gezicht.

„Geloof je me niet?" vroeg kapitein Boersma eenigszins verstoord. „Is het soms onmogelijk, dat ik een kalf heb gekocht voor twaalf roebel en dat ze me voor de huid een deel terugbetalen?"

„Mogelijk is het best, oom, maar als u dat al gekocht heeft, hoe weet u dat dan?"

„Wel, natuurlijk, ze hebben me het beduid".

DE SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND. 14

Sluiten