Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 211 —

zwijgend bijeen. Ze hadden nu alle hoop verloren en rekenden er niet op voor de lente nog te worden verlost uit hun verlatenheid.

HOOFDSTUK XIX.

Zonderlinge voorteekenen. — Weder teleurgesteld. — Schepen in zicht. — Vertrek van Kaap Intsy — Op het verlossende vaartuig. — Op de Dwina. — De Nederlandsche consul. — Aan wal te Archangel. — Een tochtje in de omstreken. — Bestendige arbeid. '■— Oostenrijksche krijgsgevangenen. — Frits blijft alleen achter.

Langzamerhand keerde dien avond het vertrouwen der schipbreukelingen terug. Alle teekenen wezen er namelijk op, dat er iets bijzonders op til was. Er ' heerschte eenige zenuwachtigheid onder de bewoners van het steenen huis. De gastheer haalde zijn uniform te voorschijn en begon die zorgvuldig af te borstelen. De commissaris sprak telkens weder van een „perragot" en liet zijn hooge laarzen schoon maken. Later op den avond was hij zelfs bezig de vergulde knoopen van zijn overjas te poetsen.

Dergelijke zonderlinge gebeurtenissen deden de schipbreukelingen besluiten, dat er werkelijk iets bijzonders te wachten was. En wat kon dit anders zijn dan een schip, dat hen kwam afhalen? Vermoedelijk zou het dan een Russisch oorlogsschip zijn en zouden zij wel eerst aan wal door eenige officieren worden verhoord.

Dien avond brachten ze in groote spanning door. De zwartste moedeloosheid en de zonnigste hoop wisselden elkander af in hun stemming.

Door den gastheer werd telkens druk getelefoneerd

Sluiten