Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 212 —

en het ging over de schipbreukelingen, dat was zeker. Herhaaldelijk hoorden ze den naam van de „Holland" en werd er gesproken van den Nederlandschen consul. Zij ondervroegen den gastheer en den commissaris en naar zij begrepen, zou er werkehjk een schip komen. Met gebaren deelden de Russen mede, dat de schipbreukelingen aan boord zouden worden geroeid en daarna naar Archangel zouden worden gebracht.

Tenslotte hield dan ook de hoop in de stemming de overhand en toen de mannen besloten, te gaan slapen, meenden ze vrijwel zeker te zijn van een nu zeer nabije verlossing.

„Misschien morgenochtend vroeg al," zeiden ze tot elkander, toen ze te bed gingen.

Bij het eerste hchten van den dageraad waren ze al buiten, om uit te staren over de zee, maar deze bleef verlaten, zooals ze haar nu reeds zoovele dagen gezien hadden.

Ze waren teleurgesteld, maar niet ontmoedigd, want nieuwe feiten bewezen, dat er iets bijzonders op til was. Zoo moest de kamer, waar de kapitein, de eerste machinist, de stuurman en Frits geslapen hadden, worden ontruimd en begon men daar een grooten schoonmaak. De gastheer en de commissaris, beiden in uniform, liepen telkens naar buiten en zochten met kijkers de zee af.

Ja, ze waren iets wachtende en de zee was rustig en kalm.

Dit was het weder, dat voor de verlossing van de barre en gevaarlijke kust het meest gunstig was.

Even na den middag kwam er een rookpluim in het zicht.

Dat moest het verlossende schip wezen.

Sluiten