Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 217 —

stoomden, de machtige rivier, waaraan Archangel hcht, stond Frits op het dek.

Enkele uren later zag hij de stad voor zich met haar groote kerken met groene en geel-koperen koepeldaken, die kleurden en glansden in de zon en terwijl Frits keek naar het levendige gewoel op het water en den nevelhorizont, dacht hij nog een oogenbhk aan de kleine, dappere „Holland", die zoo dicht bij het verre doel zijn noodlot moest vinden.

Hoeveel trotscher zouden ze allen geweest zijn, indien ze daar waren gekomen met hun eigen, kleine vaartuig, onder hun eigen, heilige driekleur.

Maar het had niet mogen zijn.

Laat in den namiddag meerde de boot aan een kade nabij een groote kerk, de kathedraal. Geen der Nederlanders mocht echter van boord vóór de Nederlandsche consul was gekomen.

De Nederlandsche consul kwam en het was een Nederlander, de eerste landgenoot, dien ze na langen tijd ontmoetten en heerlijk was het eindelijk, in hun eigen taal nieuws te hooren.

De consul vertelde, dat uit het eenzame huis op Kaap Intsy getelefoneerd was, wat de „Holland" overkwam. Deze tijding was ontvangen door de Russische mihtaire autoriteiten en dezen hadden er mededeeling van gedaan aan den consul, die het bericht van de stranding en de redding dadelijk had geseind aan het ministerie van Buitenlandsche Zaken te 's-Gravenhage. Dit ministerie had natuurhjk wel zorg gedragen, dat de belanghebbenden van het gebeurde wérden in kennis gesteld.

Dit gaf allen gerustheid.

De schipbreukehngen vernamen tot hun verbazing

Sluiten