Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 221 —

Archangel naar Wologda, een afstand van 620 K.M. b.v. werd in twee jaar gelegd. Ja, ze kennen het hier ook wel."

En de Nederlander vertelde verder, hoe er in Archangel verscheidene Nederlanders zijn, die er, niet bang voor het 's winters ruwe klimaat, groote zaken drijven of bij de Russische maatschappijen betrekkingen van beteekenis hebben.

„En nu zeggen velen in ons land, die nooit de grenzen over kwamen, maar altijd, dat we een suf en slaperig volk zijn geworden," dacht Frits en hij nam zich voor, als hij weer in zijn vaderland terug zou zijn, dit krachtig tegen te spreken.

Toen ze de brug over de Dwina waren over gereden zag Frits eenige honderde vreemde soldaten op een stapelplaats van hout aan den arbeid.

„Wat zijn dat voor soldaten?" vroeg hij.

Het waren Oostenrijksche krijgsgevangenen, waarvan er in een kamp nabij Archangel een tienduizend waren ondergebracht.

In den namiddag ging Frits met zijn geleider naar een verkooping, waar honderde berevellen en ook een levende ijsbeer werd verkocht. *

Zoo zag Frits allerlei bijzonders en aardigs en tegelijk kreeg hij een diepen eerbied voor dat groote Russische rijk, dat nog zoo weinig bekend is en een zoo groote toekomst te gemoet gaat.

In het restaurant, waar ze den vorigen avond gegeten hadden, ontmoette Frits 's avonds zijn oom weder.

Kapitein Boersma had heel wat te vertellen. Hij had ten eerste tezamen met den stuurman de scheepsverklaring over de schipbreuk opgemaakt.

Sluiten