Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 225 —

„Maar kunt u niet vermoeden wat er de reden van kan zijn?" vroeg hij, maar de consul begreep er al evenmin iets van als Frits.

„Natuurlijk zal ik niets onbeproefd laten, om de invrijheidstelling van aUen te verkrijgen," zeide de consul, „mits ze maar niets hebben gedaan dat verboden is."

Nu, hiervan was Frits ten voUe overtuigd. Hij meende, dat er een vergissing in het spel moest zijn. Toch was hij niet geheel gerust, want hij wist ook, dat reeds een ernstige verdenking in een oorlogvoerend land hoogst onaangename gevolgen kan hebben.

Dien nacht kon Frits bijna niet slapen en den volgenden morgen om negen uur was hij al op het kantoor van den consul.

Daar was juist nader bericht gekomen.

Aan boord van de „Holland" waren dynamietpatronen gevonden, waarvan de kapitein geen nielding had gemaakt. Niemand aan boord kon verklaren, vanwaar die dynamiet-patronen kwamen, noch waarvoor ze dienen moesten. Gedacht werd nu, dat het plan had bestaan er bijvoorbeeld een spoorbrug of een belangrijk gebouw mede te beschadigen of te vernielen en daarom waren allen gearresteerd.

Dynamiet! Frits begreep er nu nog minder van dan ooit. Hij zelf wist, wat er vóór het vertrek der' boot uit Rotterdam aan boord was gebracht, maar daar was toch geen dynamiet bij en nimmer ook had hij zijn oom over dynamiet hooren spreken.

Hij zeide dit ook den consul, die er evenmin een verklaring voor kon vinden.

„Maar," zeide de consul, „straks moet u ook verhoord worden. Reeds heden houdt de krijgsraad zit-

DE SCHIPBREUK VAN DE HOLLAND. ,t

Sluiten