Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 242 —

zich opgaven, kregen na een uurtje een plat mandje, waarin een potje thee of koffie, een kopje, melk, suiker, brood, ham en gebakken eieren waren. Twee stations verder werden de mandjes met het servies weer teruggenomen en moest daarvoor iets meer dan een kroon worden betaald.

„Dat is nu toch weer heel practisch. Zoo iets vindt men toch in ons land niet", zeide Frits.

Zijn oom begon te lachen.

„Jongen, jongen, begin je nu al. Je doet al net als" alle Hollanders, die even hun neus over de grens hebben gestoken. Denk eens even na: Zijn er bij ons zulke afstanden als hier ? Is bij ons zoo'n instelling noodig ? In de groote internationale treinen zijn ook bij ons restauratie- en slaapwagens, geloof dat maar vrij".

Frits zweeg eenigszins beschaamd-.

Ja, zijn oom had gelijk.

Het was 's avonds laat, toen ze te Christiania aankwamen. Kapitein Boersma, meester Monté en Frits gingen logeeren in een groot hotel, Regina, de anderen namen hun intrek in het zeemanshuis.

Vier dagen later vertrok er een Noorsche boot, de Foldin, uit de Idefjord, nabij het Noorsche stadje Friedrichshald en hierop bespraken ze plaats.

Het was een gure, winderige dag, toén Frits, staande op de voorplecht van de Foldin, de vaderlandsche kust in het oog kreeg, een lange, donkere lijn, die steeds duidelijker werd.

Met elk oogenbhk groeide nu het verlangen naar het einde der reis.

De pieren van IJmuiden werden zichtbaar, de pieren en de vuurtorens, kerkjes en enkele huisjes.

„Jan, Duffel" (de bijnaam, dien de Nederlandsche

Sluiten