Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

haar moeder, en Marten naast zijn vader had plaatsgenomen.

Allen luisteren met aandacht naar den vader, die een hoofdstuk uit den bijbel voorleest. Ernstig en zwaar klinkt zijn stem bij het verhaal van de verdrukkingen, die de Joden moesten verduren in Egypteland, en de oogen van de huisgenooten zijn geen oogenblik van hem afgewend, terwijl hij leest.

Het is duidelijk: de ernst der tijden heeft reeds zijn stempel gedrukt op de jeugdige gelaatstrekken van de zestienjarige Anna, zoowel als van den vijftienjarigen Marten, die met onverdeelde belangstelling het verhaal volgen. En ongetwijfeld denken zij aan de booze tijden, die ook zij thans beleven, en gansch Nederland, nu het zich kromt onder het ijzeren juk van Alva, den gestrengen landvoogd, die geen genade kent, waar het geldt de afvallige kinderen wederom terug te brengen tot de Roomsche kerk, of hen uit te roeien; — den man, die gansch Nederland des doods schuldig acht, omdat een troep onverlaten de kerken heeft bestormd en de beelden daarin vernield. Niemand is volgens hem onschuldig, want die aan den beeldenstorm niet heeft deelgenomen, heeft hem althans niet belet, wat in zijn oog even erg is.

Floris Geurtsz heeft zijn kapittel uitgelezen en het boek dichtgeslagen. Daarna reikt hij het over aan Marten, die het verbergt op dezelfde plaats,

Sluiten