Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

waar het reeds zoovele jaren onopgemerkt heeft gelegen. Wel is op dit oogenblik die groote voorzichtigheid overbodig, maar men weet nooit, wat er gebeuren kan. Amsterdam ligt dichtbij en is nog Spaanschgezind. De graaf van Bossu, die als Stadhouder voor Alva het bewind voert, evenals Diederik Sonoy dat doet in naam van den Prins van Oranje, heeft daar nog vasten voet en bespiedt met vorschend oog de Zaanstreek, gereed om bij de eerste gunstige» gelegenheid het hart van NoordHolland te bespringen en te veroveren. De Waterlanders meenden ech*r gerust te kunnen zijn, want Hopman Wybe Sjoerds houdt' met zijn vendel krijgsknechten Saardam bezet, en dagelijks begeeft bij zich voorbij de hoeve van Floris, om den Waterlandschen dijk in oogenschouw te nemen en te zien, of op het IJ alles rustig is en van Amsterdam uit geen gevaar dreigt. Ook eenige minuten geleden hebben de bewoners van de hoeve hem op den dijk zien voorbhloopen, vergezeld van zijn vaandrig Joachim,

„Laten wij danken," zegt de vader.

Allen vouwen de handen en sluiten de oogen, en de vader spreekt overluid een dankgebed uit, dat ernstig en plechtig door de kamer weerklinkt.

Nog was het gebed niet geëindigd, toen iemand voor het raam verscheen en nieuwsgierige blikken naar binnen wierp, 't Was een jongen van een jaar

Sluiten