Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

Ik vertrouw hem voor geen duit. — Wel Jan, wat is er?"

Deze laatste woorden golden den buurknaap, die nog altoos voor het raam stond.

„O, een kleinigheid maar," was het antwoord. „Ik kom even waarschuwen, dat een van uw schapen op zijn rug in een greppel ligt. Als het beest niet geholpen wordt, zal het gauw dood zijn.'"

„Dank je wel voor de waarschuwing, Jan," zei de boer. „Waar ligt het?"

„Op het voorstuk, dicht bij het hek," was het antwoord. En met een lichten groet verliet de knaap het erf.

„Jelui hebt alweer voorbarig geoordeeld en daardoor een onrechtvaardig vonnis geveld, kinderen," sprak de moeder. „Je maakt hem voor niets meer of minder uit dan voor een Spek, die met de vijanden heult, en dat nog wel, terwijl hij ons een grooten dienst bewijst, door ons te komen waarschuwen, dat er een schaap in onmacht ligt. Dit is niet volgens de Schrift, kinderen."

Deze woorden klonken als een ernstige vermaning, maar op de gezichten van Anna en Marten stond duidelijk te lezen, dat zij het met hun moeder in deze niet eens waren. Ook de vader deelde hun gevoelen. Hu" sprak:

„Bestraf de kinderen niet, Moeder. Wij beleven ernstige tijden en kunnen niet te voorzichtig zijn.

Sluiten