Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

de bekers nog eens voor de heeren vullen?"

„Maar met beter bier, voor den duivel!" riep de Hopman uit. „Je bent ons wel wat dankbaarheid verschuldigd voor onze trouwe bewaking tegen de Spanjaarden, en wij laten ons niet met slootwater afschepen. Hallo, — een betere soort, — of bewaar je die soms voor je vrienden in Amsterdam ?"

De woorden van den Hopman waren voor Floris Geurtsz diep beleedigend, want zij bevatten een züdelingsche beschuldiging, dat hij, Floris Geurtsz, met den vijand heulde en hem van levensmiddelen voorzag.

Hij antwoordde dan ook kortaf:

„Wanneer de vrienden in Amsterdam niets anders krijgen, dan wat hun door mijn hand gewordt, zullen zij spoedig van honger en dorst omkomen. Ik heul niet met den vijand, dat durf ik goddank openlijk verklaren!"

„Kom, kom, man, geen praatjes, maar een beter soortje bier, asjeblieft!" lachte de Hopman hoonend. „Je staat met een zwarte kool geteekend, vriendje, en het is ons bekend, dat menigmaal 's avonds je roeiboot het IJ doorklieft, om naar Amsterdam te gaan. Wat heb je daar te doen? Als je er geen bier heenbrengt, zal het waarschijnlijk boter of kaas zün, wat nog erger is. — Nu, wat heb je hierop te zeggen? Je ziet en hoort, dat wij goed ingelicht zijn."

Sluiten