Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

daad geschied, of Marten ijlde naar den wand, greep een der vuurroeren, dat hij aan zijn vader gaf, en wapende zichzelven met een tweede. Dat alles was zoo snel gebeurd, dat de Hopman nog niet eens goed begreep, wat er eigenlijk aan de hand was, en met open mond naar de handelingen van den knaap zat te kijken, terwijl de vaandrig in de grootste benauwdheid heen en weer liep, zonder zijn adem terug te kunnen krijgen. Ook boer Floris was ten hoogste verbaasd over het gedrag van zijn zoon, en hij vreesde, dat een en ander de onaangenaamste gevolgen na zich zou sleepen. Vrij besluiteloos stond hij met het vuurroer in de handen, en staarde nieuwsgierig de twee krijgslieden aan, zichzelven afvragende, wat er nu wel gebeuren zou.

„Voor den duivel, die satansche jongen!" bulderde de Hopman van zijn stoel opspringend en zijn rapier uit de scheede trekkende. „Handelt men hier zoo met een Hopman van den Prins en diens vaandrig? Hallo, Joachim, hoe is het? Laat je je door een kwajongen afranselen, dat je de tong uit den mond hangt? Rijg hem aan je zwaard, dat het hem door de ribben heenglijdt!"

Maar Joachim had nog altoos geen adem genoeg, om heldenstukken te kunnen verrichten, en FJ.oris Geurtsz meende van het oogenplik gebruik te moeten maken om de zaak te sussen.

Hij zette zijn roer in een hoek van de kamer

Sluiten