Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

neder, en gebood Marten het zy'ne wederom aan den wand op te hangen.

„Je handelt dwaas en onverantwoordelijk tegenover goede vrienden, Marten," zei hij op quasi gestrengen toon. „Ga heen en verlaat dit vertrek, voordat er grooter dwaasheden gebeuren."

Marten gehoorzaamde schoorvoetend en onwillig. Hij kon zich de houding van zijn vader niet verklaren, die toch anders geen man was om met zich te laten sollen. En het was hoog tijd, dat hij de kamer verliet, want Joachim was nu weer op adem gekomen en keek alles behalve vriendelijk.

„Ga zitten, Heer Vaandrig," zei Eloris Geurtsz dringend, „en vergeef het den knaap om de wille van zijn jonkheid. Hij is nog niet wijzer en het zou voor u een geringe eer zijn hem te straffen, zooals hrj verdient. Weet, dat de hanen, waarvan u spreekt, hem na aan het hart liggen, want hij heeft ze zelf opgefokt. Ga zitten, en drink uw kan nog eens leeg."

„Maar eerst het beloofde mooie schot, Joachim!" riep de Hopman uit met een vuistslag op de tafel, 't Was duidelijk, dat het bier zijn uitwerking begon te doen.

„Laat mij maar begaan!" pochte Joachim, die opnieuw zijn vuurroer greep en zich naar buiten begaf. Marten stond diep verontwaardigd achter op het erf voor het schuurtje, naast het hondenhok.

Sluiten