Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

zou hij spoedig van de ongewenschte en brutale gasten verlost zijn.

„Help, Hopman, help! — Au — au, — die rakkerd! Au, sla hem dood, Hopman!"

„Ik — ik zal hem een kogel door den kop jagen," riep de Hopman, die vrij angstig naar den grooten, nijdigen hond keek en allerminst lust had, met diens tanden kennis te maken.

»Au, — au, neen, niet schieten! — Au — 0,0 als je mis schiet, krjj'g ik misschien den kogel, die.. ."

Verder kwam de vaandrig niet, want juist op dit oogenblik gelukte het hem zijn been vrij te maken, en ijlings koos hij het hazenpad. Spoedig had hij de deur bereikt, — maar zijn pogingen om haar los te krrjgen, mislukten. De boer had er den grendel voor geschoven en stond nu door het raam te kijken, naar hetgeen op het erf voorviel. Vele pogingen om binnen te komen deed de vaandrig trouwens niet, want de hond zat hem alweer op de hielen, wat er niet beter op werd, toen van achter het schuurtje werd geroepen:

„Sa-sa-Kees, pak ze! — Toe maar Kees, pak ze!" Dat bevel wilde Kees met alle genoegen uitvoeren, maar hij scheen te meenen, dat de vaandrig voorloopig genoeg genoten had, en viel nu op den Hopman aan, die tevergeefs trachtte hem met de kolf van zijn vuurroer op den kop te slaan. De vaandrig staakte znn pogingen om de deur

Sluiten