Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

lachje. „Wat kunnen mij die Spanjolen schelen? Ik heb er immers niets mede te maken? Voor mrjn part waren ze hier nooit gekomen, alhoewel ik zeggen moet, dat de Geuzen ook zoo vriendelijk niet znn. Ik gun hun bezoek ook liever aan de buren, dan het zelf te ontvangen. De hulp van Kees was gisteren zeker lang niet onwelkom, hè?"

„Ha zoo, heb je dat ook al gezien Piet? Maar wat praat ik; jelui ziet immers alles? Wil ik je eens eens een goeden raad geven?"

„Wanneer je dat doen wilt, — met alle genoegen," zei" Piet. „Een goede raad is immers altijd geld waard ?"

Nu, — neem dan dienst bij de soldaten. Een goede 'spion kan daar altoos werk genoeg vinden en een flinke belooning bovendien. Je bent er, geloof ik beter voor geschikt dan voor het boerenwerk. — Dag Piet!"

Marten was onder het praten de hoeve genaderd en trad deze binnen, waar de reuk van de gebraden hanen hem reeds dadelijk in den neus drong.

Hè, — lekker!" mompelde hij, den geur opsnuivende. „Toch prettig, dat die twee sinjeurs er zoo lekker nuchter van blijven!"

De boutjes lieten zich uitstekend smaken, en onder het middagmaal werd nog eens smakelijk gelachen om het malle figuur, dat de twee dappere krügs-

Sluiten