Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

„Wel, — wat is dat? Waar zou Kees zitten? Hij komt nooit van het erf af, en laat zich evenmin ooit tweemaal roepen. — Kom Kees, waar ben je? — Ga je meê met den baas?"

Een kort gebrom was het antwoord, 't Kwam uit het hondenhok, en Marten begaf er zich heen.

Ha, thans was het raadsel spoedig opgelost. Kees deed zich te goed aan de beenderen van de twee hanen, die Anna hem gebracht had. Hij lag er bij op den grond, en Marten hoorde, hoe hij de beentjes tusschen zijn sterke kaken verbrijzelde.

„Smaakt het lekker, Kees?" vroeg Marten lachend.

Kees kwispelde met den staart, maar bleef doorkluiven.

„Kom Kees, — ga je meê met den baas?"

Kees hief een oogenblik den kop op, en zijn staart kwam opnieuw in beweging. Blijkbaar had hij grooten lust om de uitnoodiging aan te nemen, maar de beentjes vond hij toch ook erg verleidelijk.

Marten maakte een kort einde aan de besluiteloosheid van Kees. Hij raapte de beentjes vlug bij elkander, wat Kees met een boos gebrom beantwoordde, en zeide: >

„Kom Kees, ga je meê? Je kunt het eene doen, zonder dat je het andere behoeft na te laten."

Nu begreep Kees de bedoeling volkomen, en onder vroolijke sprongen volgde hij zijn jongen meester. Deze wierp de beentjes op den bodem van het

Sluiten