Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV. Een schoone dag, die een droevig einde had.

Den anderen morgen al vroeg stonden velen, niet zonder angst, zoowel op den Zuiddijk als in Saardam, op den uitkrjk. Zij vreesden, dat de vijand reeds op de komst zou zijn. — Doch alles bleef rustig op het IJ.

Hopman Wybe was echter niet teruggekeerd. „Hij was," zegt Hofdijk in zrjn beschrijving van den Kennemer Vrijbuiter, „een uitmuntende Watergeus gebleken, maar den eersten krijgsmansplicht „— gehoorzaamheid, was hij vreemd gebleven, en „het eerste vereischte van een goed aanvoerder — „zich onvoorwaardelijk te doen gehoorzamen, had hij „zich niet eigen weten te maken. Zijn volk — even „lafhartig als ongeregeld mag het wel geweest zijn „— betoonde zeer weinig lust om op den duur een „post te betrekken, zoo gevaarlijk als die te Zaandam „was; den Hopman zelf, aan een gedurig afwisselend

5

Sluiten