Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

„komen. Cabeliau was eerlijk man en geloofde derhalve aan de eerlijkheid van anderen; hij liet Wybe „trekken.

„Maar de koppige Fries, in plaats van zich naar „de zoo noodig te bezetten plaats te begeven, en „zijn weg alzoo zuidwaarts te nemen, trok aanstonds „westwaarts langs de boorden der Zuiderzee; en „toen hij des anderen daags tusschen Lambertschaag „en Aertswoude gekomen was, met de zijnen nog „vijf- of zes-en-veertig man sterk, preste hij een paar „vaartuigen „met ondank der lieden" en scheepte „zich naar Friesland in. Die inscheping geschiedde „evenwel niet zóó spoedig, of Cabeliau werd er van „onderricht, en deze verontwaardigde Overste bracht „terstond een zestigtal arkebuziers in vier vaartuigen „te water, die snel genoeg uit de haven van Medemr Wik stevenden om den weerspanneling te achterhalen, „en wakker genoeg bleken om hem meester te wor„den en gevankelijk binnen te brengen. Cabeliau, „thans niet verder eigenmachtig willende handelen, „boodschapte Sonoy wat er geschied was, en vroeg „hem een voorschrift.

„Sonoy — het blykt uit al zijn daden, — was „soldaat in 't hart, en kon een dergelijk vergrijp „tegen de toch al ergerlijk verslapte krijgstucht niet „door de vingers zien. Hü mocht het ook niet; wan„neer de landzaat-zelf zich dergelijke afwijkingen „veroorloofde, waar was dan de grens der gehoor-

Sluiten