Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

„Weinige oogenblikken later was hij een lijk, even„als zijn vaandrig, die naast hem gehangen werd."

In Saardam keken velen dus vruchteloos naar zijn terugkomst uit; zij zouden hem daar nimmer meer zien. En uren lang tuurde men in de richting van het Zuiden, naar Amsterdam, of wellicht de vijand in aantocht was.

Maar toen de morgen verstreek, zonder dat er eenig onraad van dien kant dreigde, werd men langzamerhand rustiger, en keerden de Saardammers naar hun arbeid terug.

Ook Heer Jan Gerritsz had zich vergewist, of er eenig gevaar te duchten was. Hij hield zich echter vast overtuigd, dat Wybe Sjoerds in den loop van den morgen wel terugkeeren zou, en maakte zich volstrekt niet ongerust. Om half tien nam hij vluchtig afscheid van zijn huisgenooten, die hij op luchtigen toon geruststelde, en liep den Zuiddijk af, om zich naar de hoeve van Floris Geurtsz te begeven. Ook daar had men zich meermalen overtuigd, of alles op het IJ rustig bleef, en toen dat het geval bleek te zijn, was men tot de gevolgtrekking gekomen, dat de Spanjaarden geen plan hadden om Saardam te bezetten. Want dat zij het vertrek van Wybe Sjoerds reeds zouden weten, betwijfelden zn' geenszins. Er waren altoos wel verraders, die voor grof geld hun vaderland aan den vijand prijs wilden geven.

Sluiten