Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

en eenige zeer eenvoudige stoelen. En nauwelijks waren zij binnengetreden, of hij vroeg reeds naar het laatste nieuws uit Saardam.

„'t Is een leehjk geval!" riep hij uit. „En van Wybe een onverantwoordelijke daad. Geloof me, als die Spaansche schelmen het in den neus krijgen, dat Saardam door de Geuzen verlaten is, zullen zij er geen gras over laten groeien en er spoedig bezit van nemen. Help maar kijken!"

„Gekheid. Wybe zal wel terugkomen," zei Heer Jan. „Maar laten wij onzen tijd niet verpraten, want wij gaan op de vogelvangst, op Ruichoort, en komen wat van je lekker bier halen. Wil je eenige kannen in de schuit brengen?"

„Met alle plezier," was het antwoord.

„En ons eerst ieder een kan inschenken?"

„Alsjeblieft!"

Terwijl Marten en Heer Jan van het lekkere bier genoten, want bier was in die dagen een volksdrank, die in geen enkel huis ontbrak, voldeed Jan Slob aan den hem opgedragen last, en na enkele minuten kon de reis worden voortgezet. De koers was nu naar het Zuid-westen, en na een half uurtje varens hadden zij Ruichoort bereikt.

„Laten wn het eiland omvaren tot aan den achterkant," zei Heer Jan. „Aan deze zijde gaan nog al eens vaartuigen voorbij, waardoor de vogels worden

Sluiten