Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

als spelend met zich medesleepten. Soms voerden zij een strijd met het kroos, dat de diertjes niet los scheen te willen laten, maar de golfjes gaven het niet op en bleven telkens overwinnaar.

De twee jagers zaten onbewegelijk in het schuitje, Heer Jan op het achterbankje, Marten aan den steven, en hielden de langzaam wegdrijvende vischjes nauwlettend in het oog. En tegelijkertijd bespiedden zij

de oppervlakte van het water, of zij vogels ontdekten, die wellicht voor de verleiding bezwijken mochten.

Bij hun komst was echter het toen aanwezige waterwild schichtig opgevlogen en weggevlucht, en de jagers begrepen, dat zij geduld moesten oefenen, wilden zij niet platzak huiswaarts keeren.

Soms hoorden zij tot hun blijdschap eenige wilde eenden door de lucht vliegen, en dan trachtten zü ze in het gezicht te kragen, hopende dat zij in hun nabijheid mochten neervallen.

Sluiten