Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

zooveel vogels van diverse pluimage, dat zij hun buren ook wel een heerlijk middagmaal konden bezorgen en dan nog meer dan genoeg overhielden voor zichzelven. Zij hadden het zóó druk met hun jacht, dat het middaguur al lang vervlogen was, eer zij er aan dachten, dat Moeder Fijtje voor boterhammen, of zooals zij toen zeiden, „stukken" met ham had gezorgd. Eindelijk werden hun magen echter oproerig, en Marten herinnerde Heer Jan aan den inhoud van het kastje, dat onder het voorbankje getimmerd was.

„Zoo, krijg je honger?" was het antwoord. „Nu, ik ook terdege. Laten wij het aas eenigen tijd binnenhalen, en zien, wat je moeder voor ons heeft klaargemaakt. En een frissche dronk zal ook smaken. Wat hebben we een gelukkige vangst, — 't gaat voortreffelijk!"

De lijnen "werden ingehaald en de stukken met ham uit hun schuilhoek te voorsehrjn gebracht. Deze zagen er lekker uit en lieten zich heerlijk smaken.

Heer Jan schonk elk een kan bier in, en 't bleek hun, dat Jan Slob zijn roem niet voor niets droeg en hem ten volle waardig was.

Door de beweging, die de jagers gemaakt hadden, was het wild verschrikt opgevlogen en weggevlucht, natuurlijk onder een oorverdoovend gesnater. Marten keek ze teleurgesteld na, maar Heer Jan zei:

„Laat ze maar gaan, Marten. Zij zullen straks wel

Sluiten